File? Vorm altijd een reddingsstrook
Wist je dat je, als je in de file staat, altijd preventief al een reddingsstrook moet vormen? Op die manier creëer je een veilige doorgang voor hulpdiensten mocht dat nodig zijn.
Hulpdiensten, takeldiensten en de wegbeheerder - of kortweg alle voertuigen met blauwe en oranje zwaailichten - mogen de reddingsstrook gebruiken. Maar ook motorrijders mogen de vrije ruimte van de reddingsstrook gebruiken om de file voorbij te rijden, zij het wel aan een zeer matige snelheid (maximum 20 km/u sneller dan de automobilisten).
Hoe?
Op wegen met twee rijstroken of meer vorm je bij vertraagd verkeer dus op voorhand al een vrije ruimte of reddingsstrook. Voertuigen op de linkerrijstrook rijden zoveel mogelijk naar links. Al de rest wijkt zoveel mogelijk uit naar de rechterkant. Blijf daarbij wel zoveel mogelijk binnen je eigen rijstrook. De pechstrook of een eventueel fietspad mag je niet gebruiken om een reddingsstrook te vormen.
Als elke weggebruiker de reddingsstrook vormt van zodra het verkeer vertraagt, zullen de hulpdiensten veel sneller ter plaatse zijn. Hierdoor stijgen de overlevingskansen van mensen betrokken in een zwaar ongeval. Door de vlotte bereikbaarheid van een ongeval door de reddingsstrook, zal de rijweg ook sneller vrijgegeven kunnen worden en sta je dus minder lang in de file.
Boetes voor het niet vormen van de reddingsstrook kunnen oplopen tot € 174.