Zwaarste missie, maar mooiste ooit!, dr. Gert Vanspringel, hulp in Haïti (23/02/2010)
Net nog een bericht gelezen over Haïti: de teller staat op 200 000 doden. En tegelijk staat een andere teller op bijna 20 miljoen euro om de slachtoffers te helpen. Iedereen doet wat hij kan: de ene haalt een spaarpotje leeg, de andere organiseert een actie ten voordele van Haïti, maar sommigen gaan nog een stapje verder. Zij gaan ter plekke en bieden hun hulp. Zo ook dokter Gert Vanspringel. Hij wil graag even tijd maken - want het is enorm druk op de spoedafdeling - om toch zijn verhaal met ons te delen.
microbe
Dokter Vanspringel werd gebeten door de hulpverlenende microbe. Hij zette zich gans zijn carrière in om anderen te helpen, te steunen en vooral ook te verplegen. Dat doet hij dagelijks als diensthoofd van de spoedafdeling van het Sint-Jozefziekenhuis - hij is er tevens anesthesist en urgentiearts. Maar de microbe drijft hem zelfs tot in het buitenland, recent tot in Haïti. Gert Vanspringel gaf er samen met zijn collega’s aan talloze mensen opnieuw een sprankel hoop.
Een dag na de aardbeving belde dokter Luc Beaucourt: “Gert, wij vertrekken naar Haïti. Ga je mee?” Al jaren zitten ze samen in een hulpverlenend team dat werkt in opdracht van de Vlaamse regering. Ze hebben samen al heel wat meegemaakt, onder andere in Pakistan, Indonesië en Myanmar. “Ik belde nog even naar mijn vrouw om haar mening, maar ze antwoordde dat het telefoontje nutteloos was. Ik had immers toch al beslist en wist dat mijn gezin achter mij staat. Ik besloot om toe te geven aan de microbe en enkele uren later zat ik op het vliegtuig richting Port-au-Prince”, aldus dokter Vanspringel.
takenpakket
“In totaal zijn we zo’n veertien dagen weggeweest. De eerste dagen richtten we ons voornamelijk op het stabiliseren van breuken of op wonden proper maken. Telkens we op missie zijn, reiken onze taken veel verder dan onze verantwoordelijkheden in België. We sleurden ook met zakken rijst, zetten tenten op of knutselden ’s avonds satellietantennes in elkaar om toch iets van communicatie te kunnen opbouwen.”
“We waren het vierde internationale team dat landde in Port-au-Prince. Stilaan dwarrelden meer en meer teams neer in de stad, we voelden dat de internationale solidariteit op gang kwam. Samen met een Pools team hebben we een ziekenhuis heropgestart. Dat symboliseerde hoop voor heel wat mensen, zowel voor de patiënten als voor de Haïtiaanse dokters en verplegers.”
schrijnend
Tijdens de periode dat het team van dokter Vanspringel hulp verleende, merkten ze een evolutie in de gemoedstoestand in Haïti. “De eerste dagen waren verschrikkelijk: slachtoffers lagen naast de doden aan de inkom van het hospitaal, wachtend op hulp. Lijken bekleedden de voetpaden en de straten. Mensen sliepen onder ‘tentjes’ - een stok met een zeiltje over gespannen - en lagen in hun urine en uitwerpselen. Iedereen was radeloos en moedeloos, en er heerste vooral een grote angst voor een nieuwe aardschok.” In zo’n situaties heeft uiteraard niemand nog hoop op verbetering, hulp of voeding. Er was niks waaraan ze zich konden optrekken. Maar dankzij de teams en de samenwerking met lokale organisaties, zagen de mensen dat er toch iets gebeurde. Iets wat hen op de been hield, iets wat hen de kracht gaf om niet op te geven.
De slachtoffers kregen het gevoel dat ze niet in de steek gelaten werden. Dat er iemand was die met hen meeleefde. Naderhand leek het sociale leven terug op gang te komen: hier en daar opende een kraampje of zag je een kind dat speelde.
bodyguard
Ondanks alles was dit één van de mooiste missies die het team ondernam. “Het was ongelooflijk zwaar en ongelooflijk moeilijk, maar een missie heeft ons nog nooit zo veel voldoening gegeven als deze. De solidariteit zegevierde, overal. Bij ons door geld in te zamelen of acties op te zetten en in Haïti door samen te werken. Alle hulpverleners, ongeacht nationaliteit, ras of taalverschil, werkten samen. Ze leenden materiaal aan elkaar, stonden elkaar bij, zorgden voor elkaar en nog zoveel meer.”
“U vraagt me het allermooiste moment dat me zal bijblijven? Wel, het Poolse team werd beschermd door vier kleerkasten - figuurlijk dan toch -, vier brede mannen met kogelvrije vesten en donkere zonnebrillen. De eerste dag veroerden ze niet, tijdens dag twee sjouwden ze ook met zakken rijst en begonnen ze stilaan te praten met enkele slachtoffers. Maar het mooiste gebeurde op dag drie, toen één van de kleerkasten zich bij een meisje zette. We hadden net enkele vingers moeten amputeren. We zagen hoe de man zijn kogelvrije vest uittrok, zijn pistool neerlegde en met tranen in zijn ogen begon te spelen met het meisje. Dan voel je dat er hoop is.”
aandacht
“Het allermooiste wat wij hier in België, nu kunnen doen voor de slachtoffers, is hen niet vergeten. Als het hele drama niet meer in de media verschijnt, moeten we hen nog aandacht geven. Haïti is een land dat heel de geschiedenis al ongeluk kent, en nu zijn ze opnieuw 150 jaar terug in de tijd gezet. We mogen hen niet uit het oog verliezen. Ook daarmee geeft u ons, als hulpverleners, de meeste voldoening.”
Als laatste voegt dokter Vanspringel er nog aan toe: “Wij zijn geen helden. Wij hebben enkel en alleen de kans gekregen om getuige te zijn van hoop en om een signaal te kunnen geven.”
Intussen gaat de alarmbel opnieuw op de afdeling spoed en wordt hij weggeroepen. Hopelijk kunnen we dankzij dit interview de aandacht nogmaals vestigen op de vele hulpeloze slachtoffers en zeggen we: ‘Zoersel denkt aan jullie.’