De wandelaar kan via de orïentatiepunten een eigen wandeling uitstippelen. Hiervoor is de
wandelkaart echter onontbeerlijk.
De wandelaar kan vertrekken bij het startpunt van een thema-wandeling. Een eigen wandeling naar keuze samenstellen, kan hij/zij door bepaalde wandeltrajecten aan mekaar te koppelen. De thema-wandelingen kruisen elkaar immers op bepaalde plaatsen. Op deze plaatsen kan de wandelaar de wandeling die hij/zij aan het lopen is, verlaten en op een andere wandeling overschakelen. Op deze plaatsen staan oriëntatiepunten.
De letters van de verschillende oriëntatiepunten, van A tot Z en van S1 tot S4, staan in een rode cirkel op de kaart vermeld. Ze zijn ook op het terrein aangeduid op oriëntatiebordjes (ook in een rode cirkel), en aangebracht op een houten paal, die men vlak voor elk kruispunt vindt. Op ieder oriëntatiebord vindt men volgende aanduidingen:
De wandeling(en) die de wandelaar volgt, staat of staan met de te volgen looprichting, bovenaan op zeshoekige borden met een dikke omkadering en met één wandelrichting. De wandelaar kan immers op het tracé zitten van meerdere wandelingen. Wil men de themawandeling die men volgt niet verlaten, dan blijft men de aanduiding van die wandeling gewoon volgen.
Onder het eerste zeshoekig bordje vindt de wandelaar de letter van het oriëntatiepunt (van A tot Z en van S1 tot S4). Deze letter staat in een rode cirkel. Dezelfde letter vindt met ook terug op de kaart. De wandelaar weet dus precies waar hij/zij zich bevindt.
Onderaan vindt de wandelaar de wandeling(en) waar hij/zij op kan overschakelen op dat oriëntatiepunt. Ze staan op een zeshoekig aanduiding met een dunne omkadering en telkens met twee wandelrichtingen. De routes zijn namelijk in twee richtingen bewegwijzerd
Onmiddellijk na ieder oriëntatiepunt vindt de wandelaar een trajectbevestigingsbord. Het geeft aan welk het volgend oriëntatiepunt is. De wandelaar weet op die manier of hij/zij de juiste richting volgt. Onmiddellijk na het trajectbevestigingsbord vindt men terug de klassieke zeshoekige bordjes.
Op de kaart vindt de wandelaar tenslotte ook verbindspaden (in het oranje aangeduid). Deze laten de wandelaar toe bepaalde wandelingen, die elkaar niet kruisen, toch met elkaar te verbinden.
Op de wandelkaart staan de
tussenafstanden tussen de
oriëntatiepunten niet vermeld. De wandelaar die op basis van de oriëntatiepunten een eigen wandeling wil lopen, kan hier de tussenafstanden bekomen