A  A  A  A 
Geschiedenis van Halle

ontstaan en de herkomst van de naam "Halle"

Halle, ook 's Gravenhalle of Magerhal genoemd, werd voor het eerst vermeld in de geschriften in het jaar 1181. Als we naar de betekenis van de naam Halle peilen moeten we eveneens teruggaan tot bij de Germanen en de Franken. De aanwezigheid in de buurt van de heirbaan doen sommigen veronderstellen dat het afkomstig is van 'Halueen', wat een vestiging zou zijn op hoge zandgrond. Anderen veronderstellen dat het een Frankische herenhoeve geweest is waar men het drieklampensysteem toepaste (percelen grond die om de drie jaar maar met een bepaald gewas bewonnen werden). Die herenhoeve stond in het centrum van het dorp, op de Ronckaert, een van oudsher bekende verzamelplaats. Vandaag situeren wij de hoeve op de Paardenmarkt

Halle maakte deel uit van de Meierij van Zandhoven

Halle wordt geciteerd in de leenboeken van het Hertogdom Brabant en maakte deel uit van de Meierij van Zandhoven. Er was een cijnshof, Hof ter Dilft, een grote hofstede met een gracht rond.

Halle in de 16de en 17de eeuw

Verder bleef Halle onbeleend tot in 1505. Toen werd het door Filips de Schone, toenmalige Hertog, verkocht aan Pieter van der Moelen, tevens heer van Westmalle-Zoersel. In 1520 werd de Heerlijkhijd geërfd door de familie De Cautereau. Later kwam ze in het bezit van Keizer Karel. Adriaan Brouwerts kocht ze in 1644. Hij was ook heer van Massenhoven en Viersel, drossaerd van Broechem en ridder van het Gulden Vlies. Zijn grafzerk bevindt zich vandaag de dag in de kerk aan de zuidmuur (+1664). 

Halle wordt verwoest ...

In de 17e en 18e eeuw had ook Halle veel te lijden onder de oorlogen tussen Frankrijk en Spanje en de Successieoorlogen. De Fransen verwoestten Halle in 1705-1706. In 1719 werd vervolgens de Heerlijkheid verkocht aan kannunik Godfried Fr. Ullens, die ze in 1799 voortverkoopt aan Ch. de Bosschaert. De Heerlijkheid telde op dat moment een oppervlakte van 660ha. In die periode werden veel gronden geschonken aan parochiekerken, abdijen, enzovoort.  Zo komt het dat in Halle nog zeer veel gronden liggen die toebehoren aan de Commissie voor Openbare Onderstand (nu ocmw) en die voortkomen van de vroegere gods- of gasthuizen van de abdijen. 

de heropbloei van Halle

Onder Maria Theresia, Oostenrijks Bewind (1713), kende het ganse grondgebied en dus ook Halle een heropbloei. De landbouw werd aangemoedigd en er werden ordonantieën uitgevaardigd om de gronden te bewinnen. Iedereen kon zo na enkele jaren een klein eigendom verwerven. Op dat ogenblik ontstonden er in Halle verschillende kleine boerderijen.

In die periode werden in Halle de eerste dennenbossen aangeplant door Adriaan Thijs. Hallevelden is daarvan een goed voorbeeld.

In de Franse periode die daarop volgde, maakten we de overgang mee van een kerkelijk bestuur - de parochie-, naar een burgerlijk bestuur, door burgemeester en gemeenteraad. De grenzen van de gemeente Halle werden op dat moment in de huidige vorm vastgelegd en de rechtspraak kwam in handen van de vrederechter van Zandhoven. De pastoors werden in deze tijd verjaagd of moesten de eed van trouw aan de Republiek afleggen. Velen deden dat niet en doken onder. Dat deed ook pastoor Haenegraef, de toenmalige pastoor.




Halle in de 19de eeuw

In 1830 komt de Heerlijkheid Halle toe aan AndrĂ© de Caters en in 1859 aan Dubois de Vroylande. In 1890 werd ze dan verdeeld tussen de twee schoonzonen van deze laatste. Victor de Borrekens werd op dat moment gedeeltelijk eigenaar. Hij liet het huidige kasteel, van 1982 tot 2008 gemeentehuis, bouwen in de jaren 1901-1902.

Na de dood van deze twee laatste eigenaars werden de gronden bijna allemaal verkaveld en zo zien we dat op vijftig jaar tijd ook Halle uitgroeit tot een gemeente van 5000 inwoners. Die bevolking leefde van de opbrengsten van de landbouw op magere zandgrond (aardappelen) en van de veeteelt. Dikwijls bood het weven van lijnwaad een bijverdienste. Buiten een brouwerij en een aantal houtverwerkende bedrijven bezat Halle geen noemenswaardige nijverheid.

de parochie Sint Martinus Halle

In tegenstelling tot deelgemeente Zoersel was Halle van in de vroegste periode een zelfstandige parochie (1271). Ze was zelfs een hoofdparochie.

In 1318 kocht de Sint-Michielsabdij van Antwerpen de goederen van de abdij van Eename, die het benoemingsrecht had in de parochie van Halle. Er werd in deze periode een bescheiden gebouw opgetrokken.

Rond de jaren 1500 werd er een grotere bidplaats tegenaan gebouwd. Pas in 1730 werd de scheidingsmuur weggebroken.
In 1846 worden de twee zijbeuken aangebouwd en in 1912 werd dan het volledige schip afgebroken en heropgebouwd.

Na een bombardement van de Eerste Wereldoorlog en een herstelling in 1925 krijgt de Sint-Martinuskerk haar huidige vorm en uitzicht.