A  A  A  A 
Geschiedenis van Zoersel

ontstaan - eerste geschriften

Alhoewel we slechts over geschriften van Zoersel beschikken vanaf de 12e eeuw mogen we veronderstellen dat de geschiedenis teruggaat tot verschillende eeuwen voor Christus. De Romeinse heirbaan Utrecht-Bavai liep door de Antwerpse Kempen. Opgravingen in de onmiddellijke omgeving bewijzen de Romeinse aanwezigheid (Zandhoven, Grobbendonk) en het is mogelijk dat ook Zoersel Romeinse nederzettingen kende.

de Franken in Zoersel - waar komt de naam "Zoersel" vandaan ?

In de tweede helft van de vierde eeuw verschenen in onze streek de Franken. Via de vallei van de Mark en de Dommel stichtten zij verschillende pleisterplaatsen. Deze eindigden meestal op sel of sali, wat betekent pleisterplaats op zure gronden.
Op het gehucht Einhoven (Indhoven), Hova of gehucht op het einde van Malle, kennen we nog één van de best bewaarde Frankische driehoeken uit de provincie Antwerpen.

 

Zoersel maakte deel uit van de Heerlijkheid Westmalle

Zoersel behoorde tot de meierij Zandhoven en het Markgraafschap Antwerpen. Het maakte deel uit van de Heerlijkheid Westmalle. Het vormde als het ware een dubbeldorp waarvan Westmalle het hoofddorp was.

Zoersel in de 13de en 14de eeuw

 - schenking van de Heerlijkheid Westmalle aan de abdij van Villers
In 1233 schenkt de Hertog van Brabant, Hendrik II, de Heerlijkheid Westmalle, waartoe het Hooidonckbos behoorde, aan de Cisterciënzerabdij van Villers, om zo er een nieuw klooster op te richten. In 1236 voegde Hendrik II aan de schenkingsakte nog enkele belangrijke punten toe, namelijk: de nieuwe abdij zou Sint-Bernards noemen; het Hooidonckbos mocht nooit gerooid worden en de Hertog zelf behield de hogere rechtspraak en het jachtrecht. Met deze schenkingsakte kwamen de rechten van de Meier van Westmalle in de verdrukking. De geschillen die daaruit voortvloeiden, sleepten aan tot de Franse Revolutie. Dat de abten van Sint-Bernards zich niet lieten doen is ons uit verschillende processen bekend. De abt van Villers heeft nooit een abdij gesticht in de Heerlijkheid Westmalle omdat de grond er niet vruchtbaar was. Toch brengen in de 13e en 14e eeuw de kloosterlingen het Hooidonckbos in cultuur. De moerassige delen werden ontbost en omgevormd tot hooibeemden. De abdij was verplicht de edelen en hovelingen die er kwamen jagen onderdak te verlenen. Daarvoor werd een jachthuis opgericht op de huidige plaats van het Zoerselhof. Dit werd langzaam omgebouwd tot een boerderij: de grote hoeve van Hooidonck.

 
 - verschillende eigendommen van Sint-Bernards in Zoersel
Aan de hand van het Landboeck, herschreven door Judocus Bal in 1666. krijgen we een zeer nauwkeurige omschrijving van de verschillende eigendommen van Sint-Bernards binnen Zoersel. Deze bestonden voornamelijk uit: de grote en kleine hoeve van Hooidonck, het Hooidonckbos, de Schachtenheide, de Hooidonckse en Ouade Beemden, Monnikenheide en het Schriek. Op de Tappelbeek bouwden ze drie sluizen waarmee ze in de winter de Hooidonckse Beemden konden bevloeien. Zij plantten eveneens veel els, eik en mast aan.

 - een belangrijke molen in Zoersel
In 1260 vernemen we het bestaan van een molen. In hevige processen eisen zowel de Meier als de Abt het maalrecht voor zich op. Reeds in 1260 was er al sprake van deze molen. Eeuwen heeft hij getrotseerd. Hij stond op de Kievitheide, waar nu het bevrijdingskruis staat. In 1446 kwam de molen definitief toe aan de abdij. Hij werd een van de belangrijkste uit de streek. In het jaar 1908 werd hij afgebroken. Het nu nog bestaande Molenhuis is als het ware het levendig bewijs van zijn belangrijkheid.

 
 - bouw van de Sint-Elisabethkerk te Zoersel
Op kerkelijk gebied hing Zoersel oorspronkelijk af van de kerk van Westmalle. In het begin van de 14e eeuw werd melding gemaakt van een altaarkapel, aan de Heilige Elisabeth van Hongarije toegewijd. In 1441 werd de zelfstandige parochie erkend. In 1529 werd de Sint-Elisabethkerk opgetrokken in gotische stijl, driebeukig in de vorm van een Latijns kruis en naar het oosten gericht. De kerk werd volledig gerestaureerd in 1980-1981.


Zoersel in de 18de eeuw

  • In het jaar 1733 werd door de kloosterlingen op het Geleg een steenbakkerij opgericht, voornamelijk om in de eigen behoeften te kunnen voorzien.
  • In 1756 werd de pastorie opgetrokken met stenen uit die steenbakkerij.
  • Bonifatius de Wolf, provisor van de abdij liet op het einde van het Ancien Régime nog enkele belangrijke gebouwen optrekken, waaronder het huidige Zoerselhof en het huidige Molenhuis. Dit bewijst ons eens te meer dat de kloostergemeenschap op het einde van de 18e eeuw zeer rijk en machtig was.
  • Vanuit het Zoerselhof beheerden de paters de goederen van de abdij totdat de Franse Revolutie hen stokken in de wielen kwam steken. Zij werden van hun eigendommen verdreven, die werden aangeslagen en nadien openbaar verkocht.
  • Het gebouw en het ganse domein kwam achtereenvolgens in de handen van Treau en Danquet, de familie Claes, Segers, Van Ravenstein en Baron van de Put. Om uit onverdeeldheid te treden werden op 27 november en 4 december 1950 het kasteel en de gebouwen openbaar verkocht.

vreemde legers, epidemies en schaarste ...

Doorheen de geschiedenis werd het dorp verschillende keren door vreemde legers bezet. Tevens viel het ten prooi aan epidemies zoals pest en dysenterie. Vanaf het einde van de vorige eeuw kwam er stilaan weer leven in de landbouw. Nadien had de bevolking enkel nog af te rekenen met een schaarste van onontbeerlijke levensmiddelen in de Eerste en Tweede Wereldoorlog.

sterke bevolkingsaangroei na 1950 ...

Vanaf 1950 zien we onder invloed van een ongebreidelde stadsvlucht de bevolking fel stijgen. Een niet in te dijken verkavelingswoede en de ontsluiting via de autoweg E-34 werken het ontstaan van een slaapgemeente voor de Antwerpenaars in de hand.